Interview met Harry M.P. van de Vijfeijke in december 2012 in het Gelderse poëzietijdschrift PoëziepuntGL.

Zie je een ontwikkeling in je werk en ben je beïnvloed door bepaalde dichters?
Mijn laatste bundels van 2000 t/m 2012 (Het heeft verband, Al het andere is wachten, Wie wij zoal waren, Rugwind, uitgegeven resp. door Roelants, De Beuk, 2 x Kontrast) kennen allemaal de thema’s: generaties, het landschap, de stad(smens). Een ontwikkeling? De dichter veranderde, de tijd verliep, de omgeving veranderde, de gedichten resoneerden mee. Cees Buddingh’ heeft mij in de jaren ‘80 geleerd schrijven te zien als een alledaagse bezigheid. Jan Eijkelboom zette mij aan tot kijken, kijken, kijken. Rutger Kopland liet mij zien dat een wetenschappelijke geest niet strijdig hoeft te zijn met het schrijven van goede poëzie, Victor Vroomkoning leerde mij ambachtelijk schrappen en slijpen, de Vlamingen oa. Luuk Gruwez bewezen hoezeer de poëzie op straat ligt.

Wat heeft publicatie in PoëziepuntGL betekend voor je dichtwerk?
Het tijdschrift is gedurende de tijd van zijn bestaan, 10 jaar lang dus, mijn belangrijkste platform geweest. Ik vermoed dat er al bij al wel een 30-tal gedichten van mij in PoëziepuntGL gestaan hebben. Tijdschriften zijn voor dichters (nog steeds?) een belangrijke toetssteen voor de kwaliteit van hun poëzie. En vervolgens een stimulans. Het Gelderse tijdschrift was dat voor mij met name. Een heel prettig bijeffect was dat publiceren en optreden mij in staat stelde een aantal andere Gelderse dichters, buiten de strikt Nijmeegse kring, ik ben Nijmegenaar), te leren kennen. Publicatie in diezelfde periode in andere literaire tijdschriften (De Tweede Ronde, Brakke Hond, Tirade, de Poëziekrant, Schoon Schip, Gierik/Nieuw Vlaams Tijdschrift, Heibel) bood veel minder de gelegenheid tot kennismaking met anderen.

Welke waarde heeft het bundelen van je gedichten voor je?
Het uitkomen met een bundel is voor mij een manier om de balans op te maken over een periode en te laten zien aan de “buitenwereld” waar wekelijks schrijven, polijsten van teksten, weggooien, selecteren, in een jaar of 5, 6 toe geleid heeft. ”Hoort u mij, ziet U mij?” Het laten zien van het dichterssmoel eens in de zoveel jaar: zeg maar wat U ervan vindt.

Aan welk aspect van een gedicht moet je nog het meest werken?
Er is nog zoveel te verbeteren. Een goed gedicht schrijven is moeilijk. Het mag soberder allemaal, maar het mag tegelijk ook gedurfder, barokker, langer ook (met dat laatste experimenteer ik de laatste 2 jaar, regelmatig in opdracht). Dat levert verschillende stijlen qua poëzie op. Waarom ook niet? Het inzicht dat een paar goede regels nog geen mooi gedicht opleveren (citaat Vroomkoning, Master class 2000) is een voortdurend schrijnend / confronterend inzicht. Elk woord moet kloppen, elke regel moet kloppen, een functie hebben in het geheel van het gedicht.
En toch, hoezeer de lat blijkbaar hoog ligt – en hij moet ook hoog liggen –, blijf ik schrijven zonder geheel ten onder te gaan aan zelfkritiek.

Draag je poëzie graag voor of juist niet?
Ik lees graag gedichten en draag deze graag voor in een “verzorgde” ambiance. Dat mogen cafés zijn en culturele podia, maar ook de straat kan een prachtpodium zijn. Met verzorgd bedoel ik dat het gedicht wel “gehoord” moet kunnen worden.

Welke belangrijke vraag hebben we je nu niet gesteld en hoe luidt je antwoord hierop?
Waarom toch al die inspanningen? Wat is het dat je doet schrijven?
Ach, de motieven zijn, zoals bij veel dingen in het leven, zeer divers.
De stilte in de schrijfconcentratie is heel aangenaam: de gedachten mogen alle kanten opgaan. Zo ook de gedichten.
Het genot van een geslaagde regel, laat staan van een geslaagd gedicht, is groot.
Deze vorm van expressie van mijn verhouding tot de wereld zou ik niet graag missen, zacht uitgedrukt. Het element van gelezen worden, de erkenning, is hierbij van groot belang.
De titel “dichter” acht ik een geuzennaam. Waarom dat zo is? Heeft te maken denk ik met het beeld van het dichterschap (de dichter is een verkenner van werelden) dat ik wil realiseren en de mens die ik wil zijn en laten zien. Cryptisch? Stof voor een gedicht, wellicht.