Uitgave Stichting voor literaire publicaties De Beuk, Amsterdam (2003). Het gaat hier om een relatief klein aantal gedichten. De onderwerpen zijn met name de liefde, de seizoenen, van hoogzomer tot laagwinter, in casu de verlokkingen van het schaatsen op natuurijs (hier wordt zelfs een hele cyclus van gedichten aan gewijd), het zomerse reizen en kamperen in een land als Polen, het ouder worden, tenslotte de uiteindelijke Winterreise. Een hele afdeling (Babiagorsky Park Naradowy) is besteed aan de almaar ouder wordende vader (het gedicht “Zondaguur”, waarin het terugkerende zondagse bezoek aan de oude vader in het verzorgingscentrum wordt verbeeld) en de inmiddels overleden moeder (”een pelgrimage, moeder, zal ik maken naar de Valkenburgerhof”). Eigen jeugdherinneringen gaan hand in hand met een intense beleving van het uitgroeien van zijn eigen ‘dochter van dertien’. Niettegenstaande de hier doorklinkende vitaliteit weet de dichter zichzelf intussen ook ouder worden. In de afdeling “Veren laten” geven de gedichten “Al het andere is wachten” en ”Veren laten” hier volop blijk van. Een handvol gedichten uit deze bundel werd opgenomen in de bloemlezing ”Keer dan het getij en schrijf”. Uitg. Cultuurfonds Provincie Gelderland, 2004.

ISBN: 
90-6975-448-7