Uitg. Kontrast, 2007. Elf van de vijftig gedichten uit deze vijfde bundel werden eerder gepubliceerd in respectievelijk De Tweede Ronde (2004) en PoëziepuntGL (2004.2005). Herman Erinkveld, hoofdredacteur van PoëziepuntGL schrijft in de flaptekst het volgende: “De titel van deze bundel “Wie wij zoal waren” suggereert een terugblik. De inhoud is dat ook, maar zegt tegelijkertijd wie Harry van de Vijfeijke zoal is: een boerenzoon die met liefde terugdenkt aan zijn ouders en het platteland; een minnaar die zijn lief na jaren graag heel lijfelijk op een ‘voetstuk’ zet, en, inmiddels, een stadsmens die de ontwikkelingen van de stad (Nijmegen) ter harte gaan en die nog even gretig schaatst als vroeger, met zijn vader, toen, als de gewenste ‘ijscompaan’ (“ik zie mijn vader”). Het gebruik van de tegenwoordige tijd en zelfs een vooruitblik naar het voorland versterken de beleving van de dichter nu. Zijn betrokkenheid tot de gekozen onderwerpen is de bindende factor in de vier delen van de bundel. Een betrokkenheid die van een afstand wordt beleefd; ‘zien’ en ‘kijken naar’ komen in een aantal gedichten voor, en de dood, die afstand schept bij uitstek, is een belangrijk thema in de gedichten over de ouders. De dichter ziet de hoofdpersoon figureren in de verschillende fasen van zijn leven. Die afstand en het compact, beeldend taalgebruik tillen de gedichten uit boven de persoonlijke ervaringen die ze beschrijven. Daarmee geeft de dichter de lezer een handreiking om zijn eigen wereld op een mooie, poëtische wijze te beleven”.

ISBN: 
978-90-78215-40-0